VOLG ONS OOK OP:
Slide thumbnail

Cultuurmarxisme

Nieuws • 10 september 2017

Voor de lezer van deze website is de term misschien niet onbekend, maar veel Vlamingen en Nederlanders maakten de afgelopen weken voor het eerst kennis met het begrip ‘cultuurmarxisme’.

Bij onze noorderburen pakte de jonge conservatieve filosoof Sid Lukassen het cultuurmarxisme in zijn boek ‘Avondland en Identiteit’ aan – en ook Forum Voor Democratie-voorzitter Thierry Baudet gebruikte de term in een tweet. Reden genoeg voor de systeemgetrouwe media om een serie verdachtmakingen te lanceren. “Vrijblijvende praat”, noemt de linkse socioloog Mark Elchardus het. “Een paranoïde complottheorie” schrijft De Standaard. En niet eens zo onschuldig, want gebruikte Anders Breivik de term ook niet in zijn manifest? Toch is cultuurmarxisme volgens Joël De Ceulaer “het hipste intellectuele concept van dit moment.” Reden genoeg om eens op zoek te gaan naar haar wortels!

MARX EN GRAMSCI

Het cultuurmarxisme is feitelijk een omkering van het orthodoxe marxisme. Karl Marx beschouwde zijn ideeën als ‘wetenschappelijk socialisme’. Hij geloofde dat de economische verhoudingen de loop van de geschiedenis bepalen. Ideeën en cultuur zijn volgens Marx louter een ‘bovenbouw’ die door deze economische ‘onderbouw’ bepaald wordt. De tegenstellingen binnen het kapitalisme zouden volgens Marx tot een opstand van de proletariërs en een socialistische samenleving leiden. Die evolutie was voor de orthodoxe marxisten onafwendbaar: men kon ze niet forceren maar ook niet tegenhouden.

Niet alle latere marxisten waren het hiermee eens. Zo introduceerde Lenin het idee van een ‘revolutionaire voorhoede’, een strak georganiseerde partij van beroepsrevolutionairen die het kapitalisme omver zou werpen. Maar het is de Italiaanse communist Gramsci die de cultuurmarxisten zou beïnvloeden.
Gramsci draaide het klassieke marxistische schema om: in plaats van de onderbouw of economie, was het volgens hem de bovenbouw of cultuur die bepalend was. Hij merkte op dat de stabiliteit van de kapitalistische naties niet in de eerste plaats gebaseerd was op de macht van haar politie en leger. Het merendeel van de burgers aanvaardde de huidige toestand niet uit angst voor de staatsmacht, maar omdat ze die als legitiem beschouwden.

Hiertoe worden via religie, literatuur, intelligentsia en andere kanalen de dominante ideeën geïnstalleerd als een ‘culturele hegemonie’. Volgens Gramsci was het aan de socialisten om die hegemonie te doorbreken door zich op het vlak van de cultuur te begeven: wanneer de cultuur ‘veroverd’ was, zouden de politieke structuren automatisch volgen.

MAO’S CULTURELE REVOLUTIE

Ook Mao besefte het belang van cultuur. Na zijn communistische revolutie in China, had Mao schrik dat zijn tegenstanders nog niet definitief verslagen waren. In 1966 kondigde hij de Culturele Revolutie aan als aanval op de machten in China die het communisme zouden bedreigen. Het doel van de Culturele Revolutie was de vernietiging van de ‘Vier Ouden’: de oude cultuur, oude gewoontes, oude gebruiken en oude gedachten.

FRANKFURTER SCHULE

De ideeën van Gramsci werden opgepikt door de Frankfurter Schule, de voornaamste neomarxistische denkstroming in het Westen. De aanhangers van de Frankfurter Schule verruimden het marxisme op ideologisch vlak: in plaats van op de proletariërs, richtte men zich ook op de ‘bevrijding’ van andere zogenaamd onderdrukte groepen: vrouwen, holebi’s, vreemdelingen en dergelijke. Instituties als het gezin en de religie moesten eraan geloven. Bovendien introduceerden neomarxisten als Theodor Adorno ‘antideutsche’ denkbeelden over de inherente schuldigheid van de eigen cultuur. De extreemlinkse studentenprotesten van mei ‘68 namen de ideeën van de Frankfurter Schule gretig over. Links zou voortaan minder een arbeidersbeweging zijn – en meer gepreoccupeerd met feminisme, anti-racisme, holebirechten. Eén van de leiders van de studentenrevolte (en tot 2014 Europees fractievoorzitter van zowel Groen als N-VA), Daniel Cohn-Bendit, schuwde er zelfs niet voor terug om pedofilie te verdedigen en pochte er mee zelf kinderen betast te hebben – iets waaraan links in het post-Dutroux tijdperk niet graag herinnerd wordt.

Eén van de leiders van de Duitse mei ‘68ers, Rudi Dutschke, verwoordde zijn uiteindelijke doel wel erg gramsciaans: “Een lange mars door de instellingen van de macht” om een radicale verandering teweeg te brengen van binnen in de regering en maatschappij…

NASLEEP

Is het cultuurmarxisme werkelijk een paranoïde complottheorie van rechts, zoals De Standaard schrijft? Het idee dat (neo)marxisten een culturele strijd voeren tegen traditionele gemeenschappen en identiteit, komt alvast niet van rechts, maar van deze extreemlinkse figuren zelf.

De mars door de instellingen is alleszins een succes geweest: in de media, in de culturele sector, aan de universiteiten, in de kerk en onder intelligentsia in het algemeen, zijn de opvattingen die ten tijde van de Frankfurter Schule nog revolutionair waren inmiddels gemeengoed. Bovendien werkt de strategie: de Vlaming stemt sinds jaren rechts, maar paradoxaal genoeg lukt het maar niet om die stemmen ook daadwerkelijk in een rechts beleid om te zetten. Verhofstadt, Leterme en De Wever: alle drie kwamen ze aan de macht met rechtse praatjes, maar alle drie zijn ze impliciet te fel doordrongen van linkse dogma’s waarmee men je vijftig jaar geleden gek zou verklaren. Een échte politieke omwenteling kan dan ook niet enkel in het parlement plaatsvinden: ze vereist ook een culturele revolutie.

Slide background